OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH:

>1950-1959<             >1960-1969<              >1970-1979<             >1980-1989<              >1990-1996<

 

 

 

 

 

INTERVIEW MET WFH

 

 

 

Het Parool, 15 oktober 1977.

 

Een land moet een schrijver dankbaar zijn.

   

Paul van 't Veer  

 

 

 

1. Zijn bekroning en zijn werk.

 

Een lang gesprek met W.F. Hermans, deze week dinsdag 's middags en 's avonds bij hem thuis in een van de statige buurten achter de Etoile in Parijs, de volgende dag voortgezet in een klein restaurant in de buurt van de Madeleine. Het gaat onder meer over zijn bekroning met de Grote Prijs der Nederlandse Letteren, over zijn leven en zijn studie, de Nederlandse letterkunde, zijn 'alter ego' Age Bijkaart en over Parijs vergeleken met Amsterdam.

 

In de meeste berichten over zijn bekroning door de Belgisch-Nederlandse jury met de driejaarlijkse Grote Prijs der Nederlandse Letteren, groot achttienduizend gulden en vóór hem verleend aan Marnix Gijsen, Stijn Streuvels, Herman Teirlinck, J.C. Bloem, A. Roland Holst, Gerard Walschap en Simon Vestdijk, is smalend opgemerkt dat hij zich vroeger laatdunkend over literaire prijzen heeft uitgelaten en zelfs enkele prijzen geweigerd heeft.

 

'Dat ging over Nederlandse prijzen. Dit is maar voor de helft een Nederlandse prijs en voor België heb ik altijd de grootste waardering gehad. Maar het voornaamste is toch wel dat hij me in november wordt uitgereikt door koning Boudewijn op zijn paleis in Laeken. De Belgen weten hoe je zoiets moet opzetten, net als de Fransen. Zodra het bericht bekend werd, was de Belgische televisie trouwens al aan de telefoon voor een programma en de Belgische radio heeft me al geïnterviewd. Van de Nederlandse televisie of radio heb ik nog niets gehoord. De Nederlandse kranten hadden het zeker te druk met grote artikelen over een of andere Spaanse dichter van wie nooit iemand gehoord heeft en die de Nobelprijs gekregen heeft. Nederlands snobisme! Wel over zo'n Spaanse dichter een heel verhaal maar over Hermans alleen een bericht met allerlei fouten en insinuaties.'

 

'En dan het bedrag, achttienduizend gulden, ook niet kinderachtig. De P.C. Hooftprijs is achtduizend gulden, volkomen belachelijk in deze inflatietijd. Als je nagaat dat zo'n tweehonderd Nederlandse schrijvers die er niets voor doen en nog nooit een behoorlijk boek hebben geschreven elk jaar duizenden guldens aan subsidie krijgen. Reisbeurzen, werkbeurzen. Ter aanmoediging krijgen ze vijftienduizend gulden of zo. Dan is zo'n prijs ook weer niets, eigenlijk. Een heel leger ambtenaren met 75.000 gulden salaris houdt zich bezig met het uitdelen van subsidies en prijzen van een paar duizend gulden. Toen het bericht uitgelekt was dat ik de Grote Prijs der Nederlandse Letteren had gekregen waren ze kwaad op het ministerie. Ze hadden zelf een persbericht willen laten uitgaan. Een persbericht laten uitgaan. Ja, anders heeft die man van 75.000 gulden helemaal niets te doen, als hij geen persbericht kan laten uitgaan dat Hermans een prijs van achttienduizend gulden gekregen heeft.'

 

'In Nederland is de positie van een schrijver ontzettend moeilijk als je zonder subsidie moet rondkomen. Stel, je hebt een succesvol boek geschreven, zoals ik nou met Onder Professoren. Daar heb ik van 1970 tot 1975 vijf jaar aan gewerkt, maar de inkomsten komen in een of hoogstens twee jaar binnen. Dan moet je in die jaren een smak belasting betalen, niet te geloven. Van Onder Professoren zullen nu tussen de 55.000 en 60.000 exemplaren verkocht zijn, een ware bestseller, ondanks de slechte recensie in Het Parool, of misschien wel dankzij die slechte recensie in Het Parool.

Nu ik in Parijs woon en niet zoveel belasting meer hoef te betalen, gaat het me financieel beter. Mijn vroegere boeken beginnen ook beter te lopen. Van de eerste druk van De tranen der acacia's werden in 1948 negenhonderd exemplaren verkocht. Nu van elke herdruk zo'n drieduizend exemplaren. Mijn eerste boek dat behoorlijk verkocht werd was De donkere kamer van Damocles, misschien vooral omdat er in 1958 een film van gemaakt is.'

 

'Ik geloof trouwens ook dat de televisie in Nederland veel goed heeft gedaan aan de literatuur. Vroeger was het ondenkbaar dat boeken op niveau zulke grote oplagen haalden maar sinds de schrijvers via de televisie bekend worden is dat anders. Wolkers, Mulisch, Van het Reve. In Frankrijk is het ook zeldzaam als boeken een oplage van 60.000 halen. Buiten Parijs wonen alleen maar domme boeren, die niet lezen. In Nederland is dat anders. Daar wordt in de provincie juist heel veel gelezen. In Zwolle en zulk soort steden, daar zitten de beste lezers. Niet in de grote steden hoor.'

 

'Toen ik die prijs kreeg, zei iemand: een prijs voor een auteur die zijn oeuvre heeft afgesloten. Maar dat was een wensdroom van die man. In deze broedmachine is nog heel wat in de maak.'

   

 

2. Zijn leven en zijn studie.

 

W.F. Hermans, die in 1921 als onderwijzerszoon in Amsterdam geboren is, bezocht het Barleaus Gymnasium, studeerde fysische geografie en was aan de Rijksuniversiteit van Groningen eerst wetenschappelijk ambtenaar, daarna lector in dat vak. In 1973 nam hij ontslag en verhuisde naar Parijs om zich geheel aan de letteren te wijden. Hij is getrouwd en heeft een zoon.

 

'Ik had wel plannen om na Herinneringen van een engelbewaarder (1971) nog meer boeken over de oorlog te schrijven, maar door al die ellende aan de Groningse universiteit ben ik van dat thema afgeraakt. Het is nu ook allemaal zo lang geleden.

Waarom al die somberheid weer ophalen? Wat ik wel op stapel heb staan, dat is mijn autobiografie. Af en toe schrijf ik daar weer eens een stukje aan, vooral over mijn jeugd en mijn wetenschappelijk werk. Van elke autobiografie is de jeugd altijd het deel dat de lezers het meest interesseert. Dat merk je.'

 

'Ik ben opgegroeid in de 1e Helmersstraat in Amsterdam. Ik had als jongen al een enorme wetenschappelijke belangstelling. Mijn eerste verhaal heette dan ook De Uitvinder en het ging ook over een uitvinder. Het stond in april in het zaterdagavondbijvoegsel van het Handelsblad, waar ze de titel heel lullig hadden veranderd in 'En toch was de machine goed.' Mijn belangstelling was gericht op de geologie.

 

'In onze schoolbibliotheek had je van E. Hijmans Het geologieboekje en van P. van der Lijn Het keienboek. Prachtige boekjes, schitterende boekjes, ik was erdoor gegrepen. Je zou het misschien niet denken maar Nederland is een heel aantrekkelijk land om stenen te verzamelen. Er liggen hier zwerfstenen uit allerlei landen die in het Gooi of de Achterhoek door het landijs zijn achtergelaten. Niet van die mooie mineralen dus, die tegenwoordig zo in trek zijn dat je ze bij elke parfumerie kunt kopen. Die zijn wetenschappelijk niets waard. Nee, gewone keien, als je die goed beschrijft dan kun je als amateur een verzameling opbouwen die ook wetenschappelijk interessant is.'

 

'Geologie - ik had met dat vak altijd pech. Nog een wonder dat ik cum laude gepromoveerd ben. Eerst mocht ik van mijn vader geen geologie studeren. Dat was geen vak, vond hij. Ik moest fysische geografie studeren want daaraan zat onderwijsbevoegdheid vast. Na de oorlog werd ik lector in de fysische geografie in Groningen, maar daar was het niet meer dan een bijvak van de sociale geografie. Ik kreeg dus alleen eerstejaars studenten voor wie het een bijvak was. Toen werd Diepenhorst minister van Onderwijs, en die wilde de geologie als studievak opheffen aan alle universiteiten behalve Leiden en de Vrije Universiteit in Amsterdam. De gereformeerden hadden wat tegen de geologie. Ze dachten dat 't in strijd was met de bijbel. Aan de VU konden ze het dan zelf nog een beetje in de gaten houden.'

 

De studenten

 

'Later kwamen de studentenmoeilijkheden. De studenten wilden geen luistercolleges meer, ze wilden responsiecolleges. Goed, ik geef responsiecolleges maar toen kwam er niemand. Het was een hele onbevredigde situatie waar ik geen genoegen mee kon nemen. Mijn vijanden aan de Vrije Universiteit lieten door hun antirevolutionaire vriendjes vragen stellen aan de minister: weet u wel dat Hermans geen college meer geeft, dat hij nooit komt op z'n instituut? Er wás helemaal geen instituut.'

 

'De minister liet een onderzoek instellen en ik kreeg gelijk, maar mijn reputatie was verpest, en dat allemaal alleen maar omdat ik een paar succesvolle boekjes had geschreven. Die verhalen over mij hadden nu eenmaal in de krant gestaan. De mensen gingen me wantrouwen. Ook nu weer: hier, in het Algemeen Dagblad. Ze schrijven wel dat ik moeilijkheden had in Groningen maar dat ik mijn zin kreeg staat er niet bij. Toen had ik er toch eigenlijk geen plezier meer in. Een paar jaar later ben in weggegaan.'

 

3. De Nederlandse Literatuur.

 

W.F. Hermans is het type van de ambachtelijke serieuze schrijver die zich sterk met het schrijversvak en met de taal bezig houdt, zijn eigen werk voortdurend herziet en veel belang hecht aan een zorgvuldige compositie en overweging van romans.

 

'Het bezwaar van de Nederlandse literatuur is dat het geen echte verhalen zijn die geschreven worden. Het zakt weg in autobiografische en pseudobiografische schetsen. De Nederlandse literatuur is niet conceptueel, ik bedoel: er zit geen conceptie in. Het is allemaal van: en toen gebeurde er dit en toen gebeurde er dat. Er is geen ontknoping. Alle jongeren imiteren Carmiggelt. Als dat gebeurt door een stuk of twee, drie mensen, nou ja. Maar iederéén. Harry Mulisch begint nu pas iets goeds te schrijven. Oude Lucht, zijn laatste werk, dat is goed, nu hij uit de mode is wordt 't wat.'

 

'Sinds de Camera Obscura is dat in Nederland altijd zo geweest. Geen conceptie. Dat is in de Franse, de Engelse of de Russische literatuur heel anders. Die mensen hebben een uitgewerkt plan voor ze gaan schrijven, ze bouwen een verhaal op en werken naar een climax. Neem nou Vestdijk, een beroemd schrijver, maar waar gáán die boeken eigenlijk over? Je hebt zo'n boek uit en, verdomd, je weet niet wat hij behandeld heeft.'

 

'Multatuli, natuurlijk, dat is wat, maar verder is er in de hele negentiende eeuw ook niets van betekenis. Multatuli had dan weer het nadeel dat hij autodidact was. Hij sprak zich met grote stelligheid uit over dingen waar hij niets van wist. Zo eigenwijs als de pest. De Nederlandse schrijvers weten over 't algemeen weinig. Van het Reve, die weet toch eigenlijk niets. Z'n boeken hebben geen materie, daarom worden ze op de duur zo vervelend.'

 

'En dan nog een nadeel: Nederlandse schrijvers houden zich weinig met de taal bezig. Vestdijk heeft nooit ingezien dat schrijven niet zo maar gaat. Ik noem dat de slechte invloed van Forum. De mensen van Forum dachten voor de oorlog dat hun bewonderde Franse schrijvers, Céline, Léautaud, dat die zomaar schreven. Daarom wilden ze zelf ook zomaar schrijven, ze dachten dat zomaar schrijven juist de ware creativiteit was. Maar zo is het niet.

Léautaud en Céline schreven heel zorgvuldig en langzaam. Céline heeft taal geschapen, hij is de Joyce van Frankrijk. Maar zo'n Vestdijk: die man schreef veel te snel, soms gewoon onleesbaar, ik word er ziek van.'

 

'Multatuli was altijd met schrijven bezig, al deed hij net van niet. Taal scheppen, dat moet een schrijver doen. Daarvoor moet een land een schrijver dankbaar zijn. Taal reinigen, taal creëren. Multatuli is toch een standaard van wat goed Nederlands is. Kijk eens wat hij altijd zat te corrigeren in zijn eigen werk, altijd in een nieuwe druk honderden verbeteringen. Zo moet het.'

 

'Zelf schrijf ik ook niet erg vlot, eerder moeizaam. Vaak ben je de hele dag aan het worstelen en dan pas 's avonds laat, om elf uur of zo, krijg ik het te pakken en dan ga ik door tot drie, vier uur. Nee, ik ben zeker niet zo iemand die elke dag 's morgens om negen uur gaat zitten en dan maar schrijven jongens. Zoals Couperus of Vestdijk. Of Carmiggelt, dat vind ik verbazingwekkend. Zou 't bij hem altijd van een leien dakje gaan, elke dag? Nu ja, soms heeft hij toch ook van die rubrieken die helemaal uit boekjes of mopjes bestaan, die mensen hem toesturen.'

 

4. Age Bijkaart.

 

Age Bijkaart is Hermans in pyjama.

Binnenkort verschijnt bij De Bezige Bij Hermans bundel Boze brieven van Bijkaart, 120 stukken uit Het Parool. Op de omslag staat Hermans als auteur vermeld, waarmee dus de geheimzinnigheid van het pseudoniem openlijk wordt opgeheven.

 

'Met die brieven van Bijkaart ben ik ook lang bezig. Voor deze uitgave heb alles weer nagezien. Ik neem Age Bijkaart heel serieus.'

 

'Age Bijkaart en W.F. Hermans, dat zijn twee figuren, maar je kunt bij mij toch niet van een gespleten persoonlijkheid spreken. Bijkaart is eigenlijk een veel gemoedelijker man dan Hermans. Hij houdt zich bezig met alledaagse dingen waarvoor Hermans zijn neus zou optrekken. Bijkaart is Hermans in pyjama, zo moet je het zien.'

 

'Bijkaart heeft zijn bêtes noires, er is wel een rijtje mensen aan wie hij de pest heeft. Boebie Brugsma, Ger Harmsen, Lolle Nauta en die staatssecretaris Klein. Zou die man terugkomen, iemand die zo geblunderd heeft? Dat kan ik niet geloven. Maar boven alles heeft Bijkaart de pest aan Van Dale, dat grote woordenboek. Wat is dát slecht, álles is slecht aan dat boek. Alle Franse woorden zijn fout gespeld, het geeft geen synoniemen, geen homoniemen en geen tegenstellingen, het geeft geen informatie en het geeft geen goede citaten voor het gebruik. Van Dale citeert alleen maar Penning en Van Schendel; niemand kent Penning en iedereen weet dat Van Schendel geen goed Nederlands kon schrijven. Als je dat met goede buitenlandse woordenboeken vergelijkt.

 

Over Boebie Brugsma staat ook heel wat in de brieven van Bijkaart. Brugsma is eigenlijk te onbenullig om je mee bezig te houden. Ik heb de Haagse Post van de ondergang gered. Natuurlijk, niemand leest dat blad toch om wat Brugsma erin schrijft, maar wel om wat Hermans schreef. Maar in plaats van me dankbaar te zijn, werd hij jaloers op me. Ja, verdomd, zo is het. In Nederland zijn de redacteuren jaloers op hun goede medewerkers.'

 

5. Parijs en Amsterdam.

 

Amsterdam is viezer dan welke stad ter wereld.

 

Bijkaart heeft uitgesproken politieke opvattingen over Nederland en Frankrijk. Hermans woont vooral graag in Parijs omdat het niet in Nederland ligt en omdat je er uitstekend kunt eten. Maar ook Londen lijkt hem wel een aantrekkelijke woonstad.

 

'Eigenlijk verschillen de inwoners van Parijs en Amsterdam niet veel van elkaar. Ze hebben ook een autootje en er wordt dagelijks gedemonstreerd. Amsterdam is natuurlijk veel viezer dan Parijs, maar Amsterdam is viezer dan welke stad ter wereld, dus dat zegt niet alles. Parijs is dan weer gevaarlijker dan Amsterdam. Gewoon, demonstreren is niet meer genoeg. Nee, de demonstranten laten zich hier volgen door een groep 'causseurs'. Dat zijn mannen die onderweg langs de route alle winkelruiten kapot slaan en daarna de etalages leeg roven. Hier moeten ook van de verzekering alle ramen beneden en op één hoog 's avonds met stalen luiken worden gesloten. Het aantal inbraken in Parijs is ongelooflijk. Bij ons is onlangs ook ingebroken, alle sieraden van mijn vrouw en geld weg. Als je de politie belt vragen ze: zijn de inbrekers nog in huis? Nee? Nou, dan komen we niet. 't Is gewoon de moeite niet.'

 

'Maar ja, aan de andere kant word je in Amsterdam weer op straat neergeslagen en in restaurants bedrogen. De rotzooi die in de winkels wordt verkocht, dat is ook niet mis. En dan alles wat er in Nederland aan lasterplaatjes over iedereen verkocht mag worden, de onzin die er in de politiek wordt uitgekraamd. Nee, ik geloof niet dat Nederland zoals Frankrijk aan de rand van een burgeroorlog staat maar er moet toch heel wat veranderen wil ik naar Nederland terugkeren.'  

 

 

 

OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH:

>1950-1959<             >1960-1969<              >1970-1979<             >1980-1989<              >1990-1996<

 

 

 

 

 

 

 

horizontal rule

 

   

 

 

 

Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde

Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten

Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?

 

WILLEM FREDERIK HERMANS

KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH

LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH

NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH

MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH

TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH

WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH

RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH?

AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH

POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH --- NEDERLAND LEEST WFH

DAGPORTRETTEN VAN WFH

VOLLEDIG WERK VAN WFH

 

wfh_info@chello.nl

 

Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst

en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen 

het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?

 

De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: maandag 28 september 2015